Om de aardolie is het te doen…

In 1991 viel de sovjetunie uiteen. Het was een Unie van 15 republieken geweest, maar die spatte nu uiteen. Wie zou de rijkdommen overnemen? Daarrond draaien conflicten en zelfs oorlogen. Vele tienduizenden doden en verminkten vielen al sedert 1990 in de diverse burgeroorlogen en gewone oorlogen, vooral in de Kaukasus en in Midden-Azië maar ook in Europa, en er is ontzettend veel verwoest.

Op het eerste gezicht gaat het om aloude ruzies en tegenstellingen, die al van vóór het ontstaan van de éne sovjetunie, na 1917, dagtekenen: ook toen heerste gewapend geweld. Je kan je wel afvragen waaróm die oude ruzies weer opflakkeren: in de sovjetunie hadden de mensen toch geleerd om “samen” te leven? Enkele landkaarten brengen raad.

De aardolierijkdom van het Kaspisch gebied wordt op 1/3 van de wereldvoorraad geschat. Al 100 jaar is de Azerbeidzjaanse hoofdstad Bakoe bekend om zijn alles doordringende benzinegeuren, aardolievlekken en soms dikke olielagen op de Kaspische Zee. Nog maar 7% van de Kaspische voorraden (geschat op 850 miljoen ton olie en 8700 miljard m3) zijn in kaart gebracht.

Onder het sovjetbewind werd een hele sector uitgebouwd met boortorens, pijpleidingen, raffinaderijen e.d.m.: de héle USSR betaalde die opbouw, alle 15 republieken. Het hele systeem was ook opzettelijk óver de grenzen van elke republiek apart heen gebouwd: Azerbeidzjan, Ruslands Noordelijke Kaukasusrepublieken, Rusland, Kazachstan, Turkmenistan. 85% van de Kazaakse olie ging naar Russische (Siberische) of Azerische raffinaderijen, terwijl de Kazaakse raffinaderijen voor 3/4 op (andere) Russische olie draaiden. Met het wegvallen van de USSR viel ook de samenhang in het systeem weg: zowat alles staat nu stil: onder allerlei voorwendsels blokkeren de Russen de pijpleidingen.

Nu zijn de 15 USSR-republieken immers uiteen. Twaalf ervan vormen samen het GOS of Gemenebest van Onafhankelijke Stalen. De sterkste en grootste republiek is uiteraard Rusland. En dat wil zijn invloed op de anderen verstevigen. En ook in Moskou strijden verschillende partijen en belangen om invloed. Zolang de Azeri’s, de Kazaken e.a. niet betalen, liggen de pijplijnen stil.

De andere republieken willen uiteraard ook hün deel van de invloed en de winst hoger krijgen. Rond de Kaspische Zee zijn dat achtereenvolgens:

–     Azerbeidzjan (hoofdstad Bakoe, munteenheid: manaat): een met de
Turken verwant volk; in oorlog met Armenië, dat eenderde van het land
bezet; de wortels van déze oorlog liggen in de volkenmoord die de Turkse staat in 1916 (in volle oorlog) op miljoenen Armeniërs pleegde;

De Noordelijke Kaukasusrepublieken zijn zelfbestuurde gebieden binnen Rusland; ze hebben een erg uiteenlopende achtergrond van grote en kleine bergvolkeren, de ene christelijk en de andere islamitisch;

  • Rusland (hoofdstad Moskou, munteenheid roebel) is de grootste staat van het hele GOS, en de buitengrenzen van het GOS worden door Russische troepen bewaakt, ook als het gaat om landen in volle burgeroorlog zoals Tadzjikistan;
  • Kazachstan (hoofdstad Alma-Ata, munteenheid: tenge), ’n eindeloze steppe vól rijkdommen in de bodem, aardolie en aardgas, uranium en ’s werelds grootste goudmijn, met ruimtebasis Bajkonoer,…; Kazachstan was na Rusland de tweede grootste staat van de USSR;
  • Turkmenistan (hoofdstad Asjkha-bad, munteenheid: manaat), ’n snikhete woestijn met vooral heel veel aardgasvoorraden onder de grond, die nog allemaal ontgonnen moeten worden…

Olieboortoren nabij Grozny (vóór de oorlog)

In de sovjetunie waren de grote bedrijven – zoals aardoliebedrijven – géén winstgevende privébedrijven, maar staatsbedrijven die niet voor de winst werkten maar gewoon die produkten maakten die ze volgens de plannen van de staat móesten maken.

De Russische regering en de andere GOS-regeringen zijn er nu mee bezig dat vroegere systeem te vervangen door het kapitalisme: wie veel geld heeft is welkom om dat te willen investeren in de vroegere sovjetbedrijven, met de bedoeling er winst mee te maken: er is namelijk veel te weinig geld om de vaak verouderde installaties te moderniseren en om stand te houden op een wereldmarkt waarop je toch goedkoper moet zien te zijn dan je concurrenten.

Aangelokt door de winst die in het vooruitzicht gesteld was, hebben een aantal Westerse aardoliemaatschappijen (’s werelds grootste firma’s!) zich mee ingekocht in de Kaspische olievelden. Daartoe moest die olie echter ook nog bij de klanten in het “rijke Westen” kunnen raken. Er was dus een pijplijnenplan naar de Middellandse Zee nodig.

De vraag is: hóe gaat die pijplijn lopen? En wie gaat (dus) controle kunnen uitoefenen op wie wat door de pijplijn laat lopen of krijgt? De twee landen die erop azen zijn Rusland en Turkije.

Eigenlijk is dat niet de meest logische weg. De kortste weg naar een oceaan, de Indische Oceaan loopt vanuit het Kaspisch gebied Zuidwaarts, door Iran (en wel het gebied waar Koerden leven, een groot volk zonder land dat over 4 staten verspreid leeft en zelden zijn rechten erkend ziet), naar de oliehaven Abadan aan de Perzische Golf. Maar (sterk islamitisch) Iran is een absolute “no-no” voor de Verenigde Staten, en waar Amerikaanse oliefirma’s zijn spreekt ook de VS-regering een hartig woordje mee.

Bakoe: olie-installaties aan zee
In Kazachstan kocht het Amerikaanse Chevron zich in de onmetelijke Tengiz-olievelden in. Het Franse Elf Aquitaine kreeg voor tien jaar het alleenrecht over de streek van Aktioebinsk. De streek van Karasjaganak is voor British Gas en het Italiaanse Agip, en sinds 1994 (onder druk van Moskou maar ook van Chevron) ook voor het Russische Gazprom. /-/et Noorden van de Kaspische Zee is voor BP-Statoil, British Gas, Mobil, Total, Agip en Shell.

Een Westwaartse pijplijn dus. Met één uitzondering: het Zuidelijk gelegen Turkmenistan heeft dit jaar een overeenkomst kunnen afsluiten voor een aardgasleiding in een heel andere richting, met name naar het Zuid-Oosten, en wel met Pakistan. Tussen beide landen in ligt Afghanistan; geen nood, in de burgeroorlog die dat totaal verwoeste land nu al 15 jaar vanuit Pakistan teistert hebben pro-Pakistaanse islamitische fundamentalisten het hele Zuiden en Westen van het land ingenomen: de pijplijn kan er dus komen, richting Karatchi aan de Indische Oceaan. Het traject loopt langs en door verschillende gebieden waar de burgeroorlog volop woedt…

Met het Arabische Oman OU, dat in de Oostzone rond Dunga actief is, en de Franse Kazakhistan Pipe-Line Company, werd door Kazachstan en Rusland een maatschappij opgericht om de Ka-zaakhse olie per pijplijn onder de Kaspische Zee naar Azerbeidzjan te krijgen, op weg naar het Westen.

Beide varianten van de pijplijn doorheen de Kaukasus

In Azerbeidzjan kwam de nationale oliemaatschappij SOCAR in 1992 met de Amerikaanse firma’s Amoco, Penn-zoil, McDermott en Unocal, het Britse BP, het Noorse Statoil en het Turkse TPAO overeen een aardoliepijplijn naar de Turkse Middellandse-zeehaven Yumurtalik aan te leggen. In 1993 echter kwam in Bakoe na een machtsgreep een nieuwe president, die een derde van de SOCAfl-aandelen aan de Russische maatschappij Luto/V overmaakte. Prompt werden de plannen aangepast: via de Kaukasus moest de pijplijn gaan, en wel hetzij via Georgië, hetzij via Rusland.

Het is opvallend hoe de Amerikaanse regering én oliemaatschappijen, althans tot in 1994, telkens partij kozen voor Rusland en tegen Turkije (waar men in 1992 dacht dat de zaak in kannen en kruiken was). Nochtans is Rusland voor de Verenigde Staten pas sedert 1991 een “bevriend land”, terwijl Turkije al lange jaren een trouwe bondgenoot van Washington is, en actief lid van het Westerse militaire bondgenootschap van de NAVO (waar de Belg Willy Claes tot voor kort algemeen secretaris was). Twee redenen zien we hiertoe: ten eerste is Moskou gewoonweg veel machtiger – en dus belangrijker als (handels)partner -dan Ankara; en ten tweede is de Turkse route onveilig omdat ze dwars doorheen het Koerdische oorlogsgebied in Oost-Turkije loopt: gesaboteerde pijplijnen dienen tot niets, en je kan niet op elke meter pijplijn een soldaat posten. Daarom staken de Amerikanen de Russische aanspraken in Kazachstan en de Kaukasus een stevig handje toe.

Oorlogen in het Kaukasusgebied

Het lijkt er dus op dat de massa’s aardolie uit het Kaspisch gebied van Kazachstan in de toekomst per onderzeese pijplijn naar de Kaspische Westkust zullen vloeien, om van daaruit door de Kaukasus verder Westwaarts gestuwd te worden, naar de Zwarte Zee (het Georgische Batoemi of het Russische Novorossijsk), dan overgeladen op tankschepen naar het Bulgaarse Burgas, nog ’n pijplijn in en ditmaal door de woelige Balkan, door Macedonië, naar de Albanese Middellandse-Zeehaven Vlore. Vanzelfsprekend wil Turkije geen doorvoer van olieschepen meer toestaan tussen de Zwarte Zee en de Middellandse Zee: de route loopt dwars door de stad Istanbul, is dus riskant, én het gaat om de concurrent. Rusland protesteerde tot nu toe tevergeefs.

Oorlogen in de Kaukasus

We zagen al dat een derde van het Azerbeidzjaanse grondgebied (het Zuid-Oosten) bezet is door Armenië, na een oorlog in het Karabach-berggebied. De (christelijke) Armeniërs willen zich hiermee ‘bij voorbaat’ indekken tegen een mogelijke uitroeiing zoals in 1916. Azerbeidzjan is hierdoor fel verzwakt, en moest wel steun zoeken bij Rusland. De huidige president, Gajdar Alijev, was in de USSR bij de top-vijf te Moskou.- Het land heeft veel aardolie, maar moet die ook nog te gelde kunnen maken …

De derde Kaukasusrepubliek, Georgië, is nog veel onrustiger. Sedert de ‘volledige onafhankelijkheid’ in 1991 kende het land al twee burgeroorlogen tussen Georgiërs onderling; het Westelijk deel van het land, Abchazië aan de Zwarte Zee, scheidde zich in 1993 met steun van het Russische leger af; en in het Noorden is de doorgang naar Rusland geblokkeerd doordat het opstandige “zelfbestuurd gebied Zuid-Ossetië” nu al vier jaar onder de staat van beleg leeft (beschermd door… het Russische leger). Hetwasook in Georgië dat in 1993, bij een mislukte aanslag op een minister, de tweede topman van de Amerikaanse CIA (op incognito-bezoek) toevallig neergeschoten werd.

Als al die gebieden dan toch zo gevaarlijk zijn, moest Rusland zijn plannen voor een pijplijn op zijn eigen grondgebied, door de Noordelijke Kaukasus, wel kracht bijzetten: tenslotte bevat de voorgestelde route al teveel overstap-plaatsen (pijplijn -> tanker -> pijplijn -> tanker) om niet verspillend te lijken. Is de route door de Noordelijke Kaukasus dan tenminste veiliger? Ook dat lijkt helaas niet gewaarborgd. De Noordelijke Kaukasus is nu eenmaal vanouds een roerig en opstandig gebied.

Reeds in het begin van de 19de eeuw komen Kaukasische oorlogen als thema voor in de Russische literatuur (bv bij de grote romantische schrijver Mikhaïl Lermontow met zijn ….. (of Gevangene van de Kaukasus). Rusland lijfde dit gebied rond 1825 in (om daarna Georgië e.a. te gaan veroveren). Maar tot in 1859 moest het afrekenen met de Tsjetsjeense opstandelingen van imam1 Sjamiel. En in 1920 leidde diens kleinzoon Saïd Beek nóg een opstand; de jonge Sovjetleider Stalin zorgde er toen mee voor dat het (vnl. islamitisch) gebied binnen Rusland zelfbestuur kreeg. Maar echt één werd het gebied niet.

Vanuit het Oosten (met de havenstad Makhatsjkala, één van de mogelijke eindpunten van de onderzeese oliepijplijn uit Kazachstan) is Dagestan met zijn veertigtal bergvolkeren (soms maar enkele dorpen groot) de eerste van die republieken. Dan komt Tsjetsjenië: over de oorlog daar hebben we het meteen.

De daaropvolgende republiek is Ingoesjië: de Ingoesjen waren altijd Moskous bondgenoten, en werden in 1991 na bloedige rellen en duizenden doden verdreven uit het nieuw opgerichte Tsjetsjenië én uit de buurrepubliek Noord-Ossetië (de Osseton zijn het enige christelijk-orthodoxe volk aldaar). De Osseten kijken op naar hun Zuid-Ossetische broeders, die met de Georgische staat in de clinch liggen. De Kabardijnen en Balkaren hebben samen een republiek, evenals de Karatsjajers en Tsjerkessen. En aan de Zwarte Zee ligt het nu van Georgië afgescheiden Abchazië. Alles bijeen een bij ons minder gekend deel van Europa …

Net als in de 19de eeuw liep ook nu Tsjetsjenië voorop in de beweging “los van Rusland”, terwijl de Noordelijke Kaukasus als gebied net als vroeger onderling verdeeld bleef. Met zijn 13.000 km2 is Tsjetsjenië even groot als Vlaanderen; het Noorden is heuvelachtig, het Zuiden is het hooggebergte van de Kaukasus en uitstekend geschikt voor guerrilla-oorlogvoering: overal schuilplaatsen, wie het land kent is er baas. Grozny is de hoofdstad, en het Russische woord epo3Huü betekent verschrikkelijk.

Inwoonsters van Grozny schelden Russische soldaten uit

In 1991 hield de sovjetunie op te bestaan. Elk van de 15 unierepublieken ging zijn eigen gang, zo ook Georgië en Azerbeidzjan. Het kwam erop neer dat plaatselijke leidende groepen zoveel mogelijk rijkdom en macht in eigen handen wilden. Ook binnen Rusland koersten sommige gebieden op afscheiding, meestal de rijkste (zoals de Oeralrepublieken Basjkirië – chemie – en Tatarstan – zware nijverheid – en zoals het koudste land ter wereld, de Saha-republiek – het vroegere Jakoetië, met zijn goud en diamanten en zijn permanent bevroren ondergrond).

De toenmalige Tsjetsjeense politici waren niet allen tegen Moskou. De voorzitter van het Russische parlement, Chasboelatow, was zelfs een Tsjetsjeen. Maar dat parlement werd nu net in 1993 op bevel van de Russische president Jeltsin uiteengeschoten door elitetroepen. In Tsjetsjenië zelf nam toen een generaal Doedajew de macht over: gewezen bevelhebber van de atoomwapen-keurdivisie van het Rode Leger in Letland, wilde hij van Moskous zwakte gebruik maken om zijn landje onafhankelijk te maken en door de aardolie te verrijken (de aardolie van Grozny is van allerbeste kwaliteit, en bevoorraadde indertijd ook het Rode Leger).

Moskous vertegenwoordigers werden weggestuurd, en een tijdlang beheerste de maffia in volle vrijheid de straten van Grozny. Want de c/anopbouw van de traditionele samenleving had, net als in Sicilië, reeds vroeger geleid tot een Tsjetsjeense machtsovername in de sector van de “illegale straatcriminaliteit” over heel de voormalige sovjetunie: auto-en andere diefstallen, bedreiging en afpersing (vnl. van handelaren), drughandel (soft én hard, vanuit heel Midden-Azië), prostitutie, enz.: een sector die met méér geweld dan gebruikelijk over heel Oost- en Midden-Europa door Tsjetsjenen “veroverd” werd.

Grozny: alles op ’n handkar…

“Russische soldaten, vuur!” luidde dan op 11 december 1994 het bevel van Jeltsin en zijn keurgeneraals Mol en Gratsjew. Bedoeling was de klus in enkele dagen te klaren, maar het duurde een half jaar. Het Russische leger in deze oorlog telde in het begin ook brave dienstplichtigen – die de plaatselijke bevolking meestal eerbiedigden – maar vooral toch geoefende keurtroepen, paracommando’s e.a., die zonder pardon mensen oppikten en doodden en die hier en daar zelfs een heel dorp uitmoordden. Waarbij geen onderscheid gemaakt werd tussen Russen of Tsjetsjenen: een inwoner was een vijand. Uiteindelijk werd ook de hoofdstad Grozny veroverd – of beter gezegd de puinhopen die er overbleven (uit angst voor guerrilla-oorlog werden heel wat gebouwen opgeblazen).

In Tsjetsjenië zelf kwam het tot een wapenstilstand, maar de eerste guerrilla-aanvallen uit de bergen vonden al plaats, evenals terreurdaden zoals het gijzelen van een heel ziekenhuis in de nabije Russische bergkuurstad Pjatigorsk. Eigenlijk beheerst het leger alleen overdag de steden.

Maar die oorlog van het grote Rusland tegen het kleine Tsjetsjenië zal ook in Rusland zelf ernstige gevolgen hebben, in een land dat elk jaar zijn economie verder ziet achteruitgaan, zoals uit cijfers blijkt (en zoals vele tientallen miljoenen mensen in honger, koude en ziekte ondervinden):

Ruslands economische achteruitgang
procentsgewijs vergeleken met het voorbije jaar
 19901991199219931994
bruto bin. prod-2-12,9-18,5-12-16
industrieprod.-0,1-8-18-16.2-22,4
landbouw-3,6-4,5-9.4-4-7
vervoer-4.3-7,4-23,6-25,1-26
investeringen-0.1-15.5-39,7-16-26
detailhandel+ 10-7,2-35,3+ 2+ 1

Bij de aanstaande verkiezingen van 17 december 1995 zal de oorlog de positie van president Jeltsin zeker niet ten goede komen. Zijn optreden voor een “sterke staat” stootte zijn radicaal-liberale bondgenoten af.

Is het “pro-Westerse” kamp op die manier grondig verdeeld geraakt, ook in het “anti-Westers” kamp (het afwijzingsfront) kwam tweedracht tussen enerzijds de nationalisten (die voor een sterk Rusland pleiten, in de grenzen van de voormalige USSR) en anderzijds de communisten (tegenstanders vian de oorlog, en het snelst stijgend in populariteit).

Dat de anti-oorlogsdemonstraties in Rusland maar matig bezocht werden heeft te maken met de lage populariteit van het thema “Tsjetsjenië” (i.v.m. de veelvuldige en lastige kleine enlminder kleine criminaliteit) maar vooral met het feit dat de meeste mensen helemaal murw zijn en bijna wanhopig zoeken te overleven: dat is niet zo eenvoudig in een tijd waar een maandloon amper volstaat om voor één mens enkele dagen voedsel te kopen en dan is alles op, of waar een flatje hartje Moskou 120.000 BEF (!) per maand kost terwijl het minimumloon rond de 280 BEF (!) per maand zit.

Een moeder beweent haar dode zoon

Is in Tsjetsjenië alles stukgeschoten wat maar kon, ook aan Russische zijde vielen doden. Het leert ons enkele dingen over “de oorlog”. Wie eraan deelneemt, heeft meestal een “mooi ideaal” voor ogen: welke Rus vindt “Rusland” géén mooie zaak? En wie zou niet voor “de Vrijheid” vechten? In werkelijkheid wordt in en om de Kaukasus en in Midden-Azië gevochten om macht, invloed en heel veel geld. Dat alles in de gedaante van de aardolie: in 1941 was die aardolie overigens ook voor Hitler een van de belangrijkste redenen geweest om de sovjetunie binnen te vallen …

Of hoe een op zichzelf nuttige brandstof voor veel gewone mensen een vloek kan worden, die hen armer maakt en die hen soms zelfs het leven kost.

Yvan Grosjean

een imam is een islamitische geestelijke

Leave A Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *