Voor een 21ste eeuw zonder kernwapens

De (il)legaliteit van atoomwapens na de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof van Den Haag van 8 juni ’96 en de betekenis hiervan voor de opslag van atoomwapens op Belgisch grondgebied en de deelname van België aan nucleaire taken binnen de NAVO.

Atoomwapens zijn de ergste onder de massa-vernietigingswapens. Zij maken geen onderscheid tussen de combattant en de burgerbevolking. Het lijden en het aantal gewonden dat zij veroorzaken is apocalyptisch. De gezondheidzorg staat dan machteloos tegenover de toeloop van mensen die verbrand of gewond zijn. De omvang van de materiële schade zouden het einde van onze beschavingen inhouden.

De ethische argumentatie voor een verbod op kernwapens is algemeen bekend. Toch blijken de grote nucleaire staten vast te houden aan motieven als “afschrikking” voor het behoud van atoomwapens.

Nochtans blijkt wanneer we een blik werpen op de oorlogsgeschiedenis van deze aardkloot, dat er de laatste vijftig jaar nog nooit zoveel oorlog is gevoerd. Meer nog, veelal was de aanwezigheid van kernwapens de aanzet tot spanningen en oorlog.

Interessant is echter de verhouding van atoomwapens en het internationaal recht. In ’94 werd in een resolutie van de VN aan het Internationaal Gerechtshof van Den Haag, de vraag voorgelegd of het gebruik van kernwapens in overeenstemming is met het internationaal recht. Het Internationaal Gerechtshof doet uitspraken over geschillen tussen staten en geeft advies aan organen van VN.

In ’96 formuleerde het Hof zijn conclusies waarvoor het zich baseerde op het humanitaire oorlogsrecht. Het hof heeft geen nieuwe regels opgesteld maar uitleg gegeven over het humanitair oorlogsrecht en benadrukte dat deze voor alle landen bindend is. In deze wet wordt omschreven dat:

  • het verboden is onnodig leed te veroorzaken
  • het verboden is oorlog te voeren waarbij geen verschil gerespecteerd wordt tussen combattanten en burgerbevolking
  • het verboden is de neutraliteit van een derde land te schenden
  • het verboden is blijvende schadelijke gevolgen te veroorzaken aan een land.

Het oorlogsrecht voorziet ook nog een clausule waarin staat vermeld dat: “alles wat nog niet uitgevonden is, onder dit recht blijft vallen.”

Op basis van het humanitair oorlogsrecht kan men dus stellen dat het defensiebeleid van de Nato onwettig is.

De conclusie van het Internationaal Gerechtshof was enigszins dubbelzinnig: “Er kan zich nooit een situatie voordoen, waarbij het geoorloofd is om atoomwapens te gebruiken, maar desalniettemin is het mogelijk dat in bepaalde situaties, waarbij een land in zijn voortbestaan is bedreigd, het niet verboden kan worden om atoomwapens in te zetten.”

Doch kan men zich de vraag stellen in hoeverre het te verantwoorden is om het vijandige land dan te vernietigen en of men dan niet steeds de principes als omschreven in het humanitair oorlogsrecht overtreedt.

Opmerkelijk is dat tijdens een persoonlijke stemronde onder de rechters slechts een kleine meerderheid pro deze uitspraak stemden, daar velen een volledig verbod op kernwapens eisten.

Het Hof verwees eveneens naar artikel zes van het Non-Proliferatie Verdrag. Hier was de uitspraak unaniem. Alle landen zijn juridisch gehouden om consequent en ter goede trouw onderhandelingen te beginnen én tot een goed einde te brengen, d.w.z. tot nucleaire ontwapening te komen. België heeft dit verdrag mee ondertekend en is hierdoor dus gebonden tot onderhandelingen ‘ter goede trouw’ om te komen tot ontwapening. Praten alleen is niet voldoende, de gesprekken moeten leiden tot een duidelijk gedefinieerd en meetbaar resultaat. Het impliceerde eveneens dat de verplichtingen niet enkel gelden voor de ondertekenaars van het Non-Proliferatie Verdrag, maar voor ALLE landen, incluis de (niet-ondertekenende) onofficiële kernstaten India, Israël en Pakistan. Diegenen die zich daar niet aan houden overtreden dus het internationaal recht.

Het Internationaal Gerechtshof heeft zich evenwel niet uitgelaten over het bezit van kernwapens op zich. Wel werd er benadrukt dat het dreigen met kernwapens evenredig is aan het effectief   inzetten   van   deze   massa-

vernietigingswapens. En wat is het bezit van atoomwapens anders dan een afschrikkingsstrategie, dan dreiging.

Ook vermeldenswaardig is dat militairen individueel ook gebonden zijn aan het humanitair oorlogsrecht en strafrechtelijk verantwoordelijk kunnen gesteld.

België speelde een voortrekkersrol in de strijd tegen de antipersoonsmijnen, ondanks de houding van sommige bondgenoten.

De morele autoriteit van België is hierdoor behoorlijk verhoogd. Het zou dat nog meer kunnen mocht men zich op dit precedent inspireren om een problematiek aan te pakken die voor de toekomst nog veel dramatischer is.

Sigrid Eggermont

BRONNEN

Hoorzitting en gesprek over de (illegaliteit van atoomwapens, vrijdag 30 januari 1998, huis der parlementsleden.

V.S.-militairen in contact met uranium tijdens golfoorlog

Van de 541.000 Amerikaanse.. militairen die aan de Golfoorlog deelnamen zijn er tweekwart in de buurt geweest van verwoeste Iraakse tanks of pantserwagens,

Hierbij staat vast dat velen uranium-deeltjes ingeademd hebben. … De National Guif War Resource en de Veterans Right Organisator) wijzen er in een rapport op dat mogelijks 400.000 militairen hiervan5 nadelige gevolgen kunnen hebben, In het rapport wordt er eveneens op gewezen dat het Amerikaans Ministerie van Defensie verzuimde de meeste soldaten op het gevaar te wijzen.; In een in januari gepubliceerd verslag,
erkende de spéciale onderzoekscommissie van het Pentagon dat duizenden Amerikaanse militairen niet wisten aan welk gevaar ze blootstonden.
Nochtans verklaarde deze dat “slechts” 27 militairen uraniumdeeltjes
hadden ingeademd maar zonder nadelige gevolgen voor hun gezond
heid..” (ads)